ECLI:NL:RBDHA:2021:15533
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijfsvergunning asiel wegens verantwoordelijkheid Zwitserland volgens Dublinverordening
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door verweerder niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek.
Eiser stelde dat hij een vriendin in Spanje heeft en dat verweerder daarom een claimverzoek bij Spanje had moeten indienen ter bescherming van het gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat deze relatie onvoldoende was onderbouwd en dat de procedure uitsluitend gaat over de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat, waardoor toetsing aan artikel 8 EVRM Pro niet aan de orde was.
Verder voerde eiser aan dat hij risico loopt op indirect refoulement bij terugkeer naar Zwitserland, maar de rechtbank vond dat verweerder mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser dit niet aannemelijk had gemaakt. Zwitserland had het asielverzoek aanvaard en zou internationale verplichtingen respecteren.
Ten slotte stelde eiser dat de overdracht in strijd zou zijn met de adviezen van het RIVM en de WHO vanwege de coronapandemie. De rechtbank oordeelde dat corona een tijdelijk feitelijk overdrachtsbeletsel vormt dat de vaststelling van Zwitserland als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig maakt. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.