ECLI:NL:RBDHA:2021:13609
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hernieuwde vaststelling militair invaliditeitspensioen wegens PTSS
Eiser, een militair die driemaal is uitgezonden en lijdt aan PTSS, kreeg in 2015 een invaliditeitspensioen toegekend van 22,92%. Verweerder stelde dit in 2020 hernieuwd vast op 15,42%. Eiser betwistte dit en stelde dat de beoordeling onvoldoende rekening hield met zijn klachten en dat bepaalde subrubrieken onjuist werden toegepast.
De rechtbank onderzocht de toepassing van het PTSS Protocol en de WPC-schaal, en oordeelde dat het protocol als algemeen verbindend voorschrift geen ernstige gebreken vertoont en dat de subrubrieken zelfzorg en basale communicatie terecht zijn meegenomen. Ook de beoordeling van de subrubriek seksuele functie werd door de rechtbank als voldoende onderbouwd beschouwd.
Verder oordeelde de rechtbank dat de verzekeringsarts terecht concludeerde dat eiser geen beperking meer heeft in de subrubriek structuur aanbrengen, ondanks dat zijn partner de administratie beheert. Ook werd de vermindering van de beperking in omgaan met stressvolle gebeurtenissen van klasse 2 naar klasse 1 bevestigd op basis van de medische rapportage.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 13 december 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de hernieuwde vaststelling van het militair invaliditeitspensioen wordt ongegrond verklaard en het invaliditeitspercentage van 15,42% bevestigd.