ECLI:NL:RBDHA:2021:13307
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing persoonsgebonden budget wegens onvoldoende concreet budgetplan en ongewijzigd declaratiegedrag
Eiser, met een psychiatrische aandoening, vroeg om een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wmo 2015. Na eerdere toekenning en intrekking van het pgb vanwege onduidelijkheden en onregelmatigheden in het declaratiegedrag, diende eiser een nieuwe aanvraag in met een budgetplan. Verweerder wees deze aanvraag af omdat het budgetplan onvoldoende concreet was en niet aannemelijk was gemaakt dat het declaratiegedrag zou verbeteren.
De rechtbank oordeelde dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die aanleiding gaven tot herziening van het eerdere besluit. Het budgetplan ontbrak aan concrete omschrijvingen van activiteiten en uren, en de eerdere problemen met het declaratiegedrag waren niet weggenomen. De rechtbank verwierp het beroep van eiser en bevestigde dat het college het pgb terecht had afgewezen.
De rechtbank benadrukte dat de kwaliteit, veiligheid en doeltreffendheid van de zorg die met het pgb wordt ingekocht gewaarborgd moeten zijn. Het ontbreken van een concreet budgetplan en het niet aantonen van een gewijzigd declaratiegedrag rechtvaardigde de afwijzing. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het persoonsgebonden budget is ongegrond verklaard vanwege een onvoldoende concreet budgetplan en ongewijzigd declaratiegedrag.