ECLI:NL:RBDHA:2021:12479
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening en overdracht aan Italië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat op basis van de Dublinverordening is vastgesteld dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser stelde dat hij in Italië als slaaf werd behandeld en dat hij een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling bij terugkeer. Hij voerde tevens aan dat de overdracht voorlopig niet mogelijk is vanwege coronamaatregelen, en dat Nederland daarom zijn aanvraag in behandeling moet nemen. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet kan worden toegepast. Er is geen bewijs van systematische tekortkomingen in het Italiaanse asiel- en opvangsysteem.
De rechtbank overwoog dat eiser bescherming had moeten zoeken bij Italiaanse autoriteiten en dat niet is gebleken dat hij daarin werd belemmerd. De tijdelijke belemmering in overdracht vanwege coronamaatregelen maakt het vaststellen van Italië als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig. Verweerder heeft terecht de behandeling van de aanvraag niet op zich genomen en mag eiser overdragen aan Italië.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter L.A. Banga en griffier A.M. Zwijnenberg op 22 januari 2021.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard en de overdracht aan Italië is bevestigd.