ECLI:NL:RBDHA:2021:1040
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning familieleven wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid en hechte banden
Eiseres, een Iraanse vrouw van 70+, vroeg om een verblijfsvergunning om bij haar meerderjarige kinderen en minderjarige kleinkinderen in Nederland te verblijven. Zij werd vrijgesteld van het mvv-vereiste vanwege haar gezondheid. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was gebleken van een beschermingswaardig gezins- of familieleven op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende had onderbouwd dat zij een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie heeft met haar kinderen, mede omdat zij 25 jaar zonder hen in Iran heeft gewoond en het overlijden van haar echtgenoot in 2015 niet automatisch tot afhankelijkheid leidt. Ook ontbraken hechte persoonlijke banden met haar kleinkinderen. Het medisch advies waar verweerder op had gebaseerd dat noodzakelijke medische behandeling in Iran beschikbaar is, werd als betrouwbaar beoordeeld.
De rechtbank verwierp het betoog dat de economische sancties tegen Iran de beschikbaarheid van medicijnen verhinderen, omdat eiseres dit niet specifiek aannemelijk had gemaakt. Ook was het niet onrechtmatig dat verweerder afzag van een hoorzitting, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanvraag van de verblijfsvergunning werd definitief afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op een verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van beschermingswaardig gezinsleven en onvoldoende medische gronden.