Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse Dublinclaimant, werd op 17 juni 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij voerde aan dat vanwege de coronamaatregelen overdracht binnen redelijke termijn niet mogelijk was en dat een lichter middel dan bewaring passend was, onder meer omdat hij bij de zus van zijn vriendin kon verblijven.
De rechtbank overweegt dat ondanks terughoudendheid bij het opleggen van bewaring aan Dublinclaimanten, bewaring niet per definitie onrechtmatig is. Vanaf 1 juli 2020 worden Dublinoverdrachten weer hervat. Verweerder heeft voldoende voortvarend gehandeld bij de overdracht, met een claim geaccepteerd door Zwitserland binnen zes dagen.
De rechtbank stelt vast dat de zware gronden voor bewaring (niet op voorgeschreven wijze Nederland binnengekomen en onttrekking aan toezicht) terecht zijn toegepast en voldoende risico op onttrekking rechtvaardigen. De garantverklaring van de vriendin en de coronamaatregelen in het detentiecentrum bieden geen reden voor een lichter middel. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van de Dublinclaimant wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.