ECLI:NL:RBDHA:2020:6295
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugkeerbesluit zonder vertrektermijn voor minderjarige Albanese vreemdeling
Eiser, een minderjarige Albanese vreemdeling, kreeg op 18 september 2019 een terugkeerbesluit opgelegd waarbij hij Nederland onmiddellijk moest verlaten zonder vertrektermijn, vanwege het risico dat hij zich aan het toezicht zou onttrekken. Eiser betoogde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom geen vertrektermijn werd gegeven en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn minderjarigheid.
De rechtbank overwoog dat eiser procesbelang had bij de beoordeling van het beroep, mede vanwege mogelijke gevolgen voor toekomstige inreisverboden. De rechtbank toetste de motivering van verweerder aan de hand van relevante wetsartikelen en jurisprudentie, waaronder de proportionaliteitstoets uit de Vreemdelingencirculaire en uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uit het proces-verbaal van gehoor bleek dat verweerder zorgvuldig had gehandeld en dat eiser geen persoonlijke omstandigheden had aangevoerd die het onthouden van een vertrektermijn disproportioneel maakten. De rechtbank vond dat verweerder voldoende rekening had gehouden met de minderjarigheid van eiser en dat het risico op onttrekking aan toezicht zwaarder woog.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J.P. Bosman op 2 juli 2020 en is vatbaar voor hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit zonder vertrektermijn is ongegrond verklaard.