ECLI:NL:RVS:2016:3281
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling uit veilig land van herkomst
De staatssecretaris heeft op 30 maart 2016 een terugkeerbesluit genomen waarbij de vreemdeling werd opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod werd uitgevaardigd. De vreemdeling, afkomstig uit een veilig land van herkomst, had een asielaanvraag ingediend die als kennelijk ongegrond werd afgewezen.
De rechtbank had het terugkeerbesluit en het inreisverbod vernietigd wegens een gebrek aan deugdelijke motivering, met name omtrent het onthouden van een vertrektermijn. De staatssecretaris stelde echter dat het besluit in overeenstemming is met de Terugkeerrichtlijn en het arrest Z. Zh. en I.O., en dat een individuele afweging is gemaakt waarbij de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling geen disproportionaliteit rechtvaardigen.
De Raad van State oordeelt dat het beleid, zoals neergelegd in het WBV 2016/2, een proportionaliteitstoets bevat die waarborgt dat van het onthouden van een vertrektermijn wordt afgezien indien persoonlijke omstandigheden dit vereisen. De vreemdeling heeft geen omstandigheden aangevoerd die het onthouden van een vertrektermijn disproportioneel maken. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt ongegrond verklaard.