Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het besluit van 28 mei 2020 tot oplegging van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 behandeld. Eiser voerde onder meer aan dat hij op 28 mei 2020 zonder rechtsgeldige titel was vastgehouden, dat geen leeftijdsonderzoek was verricht ondanks zijn minderjarigheid, en dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering was vanwege de coronamaatregelen.
De rechtbank oordeelde dat het proces-verbaal van ophouding correct was en dat de vermeende periode van onrechtmatige vrijheidsbeneming niet aannemelijk was. Tevens was verweerder niet verplicht een leeftijdsonderzoek te verrichten omdat eiser wisselende verklaringen gaf over zijn leeftijd en geen identificerende documenten overlegde. Ten aanzien van het vooruitzicht op verwijdering achtte de rechtbank de coronamaatregelen een tijdelijke belemmering en onvoldoende reden om de bewaring te weigeren.
Verder kon de rechtbank niet oordelen over de veiligheid in het detentiecentrum, aangezien dit niet tot haar beoordeling behoort. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.