ECLI:NL:RBDHA:2020:4703
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielaanvraag aan Frankrijk ondanks aanwijzingen mensenhandel
Eiseres, samen met haar minderjarige dochter, verzocht Nederland om behandeling van haar asielaanvraag, nadat zij eerder in Frankrijk asiel had aangevraagd. Zij stelde dat zij slachtoffer was van mensenhandel in Italië en bedreigd werd in Frankrijk, waardoor zij in Nederland aangifte wilde doen. Verweerder besloot echter de aanvraag niet in behandeling te nemen en verwees naar Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank overwoog dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening een discretionaire bevoegdheid geeft om een aanvraag aan zich te trekken, maar dat deze niet verplicht is. De rechtbank vond geen aanleiding voor het gebruik van deze bevoegdheid, mede omdat de Dublinprocedure niet is bedoeld om verblijfsrecht te verlenen aan slachtoffers van mensenhandel. Ook was er geen bewijs dat de Franse autoriteiten niet in staat of bereid zouden zijn om de aangifte te behandelen of eiseres te beschermen.
Verder werd de vrees van eiseres voor ontvoering en besnijdenis van haar dochter door de vader onvoldoende aannemelijk geacht. De tijdelijke opschorting van Dublinoverdrachten vanwege de coronacrisis nam de verantwoordelijkheid van Frankrijk niet weg. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht van de asielaanvraag aan Frankrijk wordt ongegrond verklaard.