ECLI:NL:RBDHA:2020:4702
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verwijzing naar Frankrijk
Verzoekster, met haar minderjarige dochter, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielverzoek.
Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft partijen geïnformeerd over het voornemen de zaak buiten zitting af te doen, waarop geen van de partijen heeft gereageerd.
De rechtbank heeft in de bodemzaak het beroep van verzoekster ongegrond verklaard. Gezien deze uitspraak is het verzoek om voorlopige voorziening niet langer nodig en wordt het afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.A. Banga en griffier A. Vranken, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de bodemzaak ongegrond is verklaard.