ECLI:NL:RBDHA:2020:4318
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunningen wegens verstrekken onjuiste identiteit en nationaliteit bij asielaanvraag
Eiser diende op 31 augustus 2000 een asielaanvraag in met de verklaring dat hij Sierra Leoonse nationaliteit had, maar verweerder stelde vast dat eiser in werkelijkheid een andere identiteit en Nigeriaanse nationaliteit had opgegeven. Verweerder trok daarop de verblijfsvergunningen met terugwerkende kracht in en legde een terugkeerbesluit en inreisverbod op.
Eiser betwistte de onjuistheid van zijn gegevens en voerde aan dat hij wel degelijk de opgegeven identiteit heeft en dat de informatie van Britse autoriteiten en de Nederlandse ambassade onvoldoende bewijs is. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt, onder meer op basis van de herregistratie van de geboorte van zijn zoon, het vals bevonden paspoort en gegevens uit het European Criminal Records Information System.
De rechtbank stelde vast dat verweerder bevoegd was tot intrekking en dat er geen aanleiding was voor een belangenafweging die tot een ander oordeel zou leiden. Ook concludeerde de rechtbank dat het opleggen van het inreisverbod en het ontbreken van een verblijfsvergunning niet in strijd zijn met het EVRM. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunningen wordt ongegrond verklaard.