ECLI:NL:RVS:2013:CA3608
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste gegevens over herkomst
De minister voor Immigratie en Asiel trok op 7 april 2011 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling in wegens het verstrekken van onjuiste gegevens over zijn herkomst. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling beoordeelde onder meer de taalanalyse die door het Bureau Land en Taal (BLT) was uitgevoerd en de door de vreemdeling overgelegde contra-expertise. De Raad oordeelde dat de taalanalyse zorgvuldig, inzichtelijk en concludent was en dat de contra-expertise niet tot een eenduidige conclusie kwam die de bevindingen van het BLT ondermijnde. De Raad stelde dat de bewijslast voor het aannemelijk maken van de intrekkingsgrond bij de staatssecretaris lag en dat de vreemdeling onvoldoende bewijs had geleverd om dit te weerleggen.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Troostwijk en leden Bijloos en Van der Wiel op 12 juni 2013.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.