ECLI:NL:RVS:2007:BA3398
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste gegevens over herkomst
De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie heeft op 6 februari 2006 de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste gegevens over zijn herkomst. De vreemdeling had verklaard afkomstig te zijn uit Soedan, maar taalanalyses wezen uit dat hij eerder uit Nigeria kwam.
De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het intrekkingsbesluit. De minister stelde echter dat de rechtbank een onjuist toetsingskader hanteerde door te eisen dat onomstotelijk moest worden vastgesteld dat de vreemdeling onjuiste gegevens had verstrekt.
De Raad van State overwoog dat het aan de minister is om aannemelijk te maken dat de intrekkingsgrond zich voordoet, waarna de vreemdeling het bewijs kan weerleggen. De door de vreemdeling overgelegde geboorteakte volstaat niet als identiteitsbewijs en weerlegt de taalanalyses niet.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De intrekking van de verblijfsvergunning asiel blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep van de minister gegrond en bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste gegevens over herkomst.