ECLI:NL:RBDHA:2020:3848
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurder aansprakelijk voor onbetaalde loonheffingen wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur
Eiser is bestuurder van meerdere vennootschappen en is door de Belastingdienst aansprakelijk gesteld voor onbetaalde naheffingsaanslagen loonheffingen van een van zijn vennootschappen, inclusief bestuurlijke boeten en kosten van vervolging. De rechtbank onderzocht of sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur dat het niet betalen van de belastingschuld aan eiser kon worden toegerekend.
De rechtbank constateerde dat ondanks een mogelijke melding betalingsonmacht in 2009, eiser onvoldoende bewijs leverde dat deze melding doorliep voor de periode 2014-2018. Uit de financiële gegevens bleek dat hoge managementvergoedingen werden betaald en dat grote sommen geld via een andere vennootschap van eiser naar hem en zijn echtgenote zijn onttrokken, wat niet strookt met het handelen van een redelijk denkend bestuurder.
De rechtbank oordeelde dat het niet betalen van de belastingschulden het gevolg was van kennelijk onbehoorlijk bestuur door eiser in de relevante periode. Ook werd vastgesteld dat eiser verantwoordelijk was voor het niet afdragen van belastingen en daardoor ook aansprakelijk is voor de bestuurlijke boeten en kosten van vervolging. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Eiser is terecht aansprakelijk gesteld voor onbetaalde loonheffingen en bestuurlijke boeten; beroep wordt ongegrond verklaard.