ECLI:NL:RBDHA:2020:2705
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning na twijfel over herkomst op basis van taalanalyse
Eiseres, afkomstig uit Somalië, kreeg aanvankelijk een verblijfsvergunning asiel toegekend op basis van haar opgegeven herkomst uit Zuid-Somalië. Bij een aanvraag tot verlenging ontstond echter twijfel bij verweerder over haar herkomst, mede door verbeterde onderzoeksinstrumenten en een taalanalyse door het TOELT die haar herkomst naar Noord-Somalië plaatste.
Eiseres voerde een contra-expertise aan door XFTP om haar Zuid-Somalische herkomst te onderbouwen. De rechtbank oordeelde echter dat de contra-expertise niet betrouwbaar was vanwege het gebruik van onbetrouwbare bronnen zoals geluidsopnames van andere asielprocedures en niet-verifieerbare informanten.
Verder werd vastgesteld dat de geografische kennis van eiseres minder relevant is voor de taalanalyse. Omdat onduidelijk bleef wat haar daadwerkelijke herkomst is, kon niet worden vastgesteld naar welk land zij zou worden uitgezet, waardoor ook het risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro niet kon worden beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat de intrekking van de verblijfsvergunning en de afwijzing van de verlenging terecht waren en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning van eiseres.