ECLI:NL:RVS:2016:1365
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning asiel wegens valse identiteit
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie trok op 6 maart 2015 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling in, omdat zij bij de aanvraag een valse identiteit had opgegeven. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze intrekking gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank niet had onderkend dat het verstrekken van een valse identiteit bij de aanvraag van de verblijfsvergunning op zichzelf al rechtvaardigt dat de vergunning wordt ingetrokken. De vreemdeling had niet bestreden dat zij onjuiste gegevens had verstrekt. Tevens bleek uit stukken dat zij de valse identiteit ook binnen haar geloofsgemeenschap gebruikte, wat haar betoog dat zij als bekeerling risico loopt bij terugkeer naar Iran ondermijnt.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de intrekking van de verblijfsvergunning stand hield. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt gehandhaafd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.