ECLI:NL:RBDHA:2020:13985
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank stelt dwangsom vast wegens overschrijding beslistermijn asielaanvraag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank constateert dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres hem op 15 september 2019 in gebreke heeft gesteld. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en stelt de dwangsom vast op €1.442,- voor de periode van 30 september tot 11 november 2019.
Verweerder heeft aangegeven dat er achterstanden zijn in de behandeling van asielaanvragen vanwege een toename van zaken en gewijzigde samenstelling daarvan, en dat hij extra personeel werft. Hij kan geen concrete termijn geven voor de beslissing op de aanvraag van eiseres en kan geen voorrang verlenen aan zaken waarin beroep is ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van zestien weken op, conform het 8+8 wekenmodel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens wordt een dwangsom van €100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500,-. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van €262,50 aan proceskosten wegens inschakeling van juridische hulpverlener.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, stelt een dwangsom van €1.442,- vast en legt een beslistermijn van zestien weken op aan verweerder.