Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[eiser 1] , te [woonplaats 1] ,
2.[eiser 2] , te [woonplaats 1] ,
3.[eiser 3] , te [woonplaats 2] ,
4.[eiser 4] , te [woonplaats 3] ,
5.[eiser 5] , te [woonplaats 3] ,
6.[eiser 6] , te [woonplaats 4] ,
7.[eiser 7] , te [woonplaats 5] ,
8.[eiser 8] , te [woonplaats 6] ,
9.[eiser 9] , te [woonplaats 3] ,
10.[eiser 10] ,te [woonplaats 2] ,
11.[eiser 11] , te [woonplaats 7] ,
12.[eiser 12] , te [woonplaats 3] ,
13.[eiser 13] ,te [woonplaats 5] ,
14.[eiser 14] , te [woonplaats 8] ,
15.[eiser 15] , te [woonplaats 9] ,
16.[eiser 16] , te [woonplaats 3] ,
17.[eiser 17] , te [woonplaats 9] ,
- Aantoonbare - dus geregistreerde - ruimschoots aanwezige en brede kennis en ervaring in het volledige spectrum van ‘Veilig Thuis’ situaties;
- Uitvoeren van nadere regelgeving / het formuleren van aanwijzingen in de aanpak van specifieke ‘veilig thuis’ situaties op basis van eerdere en/of vergelijkbare casuïstiek;
- Concrete casuïstiek waarbij zelfstandig met een zeer breed samengestelde en diepgaande overleg- en processtructuur, waarbij sprake is van een verdergaand multidisciplinair karakter, moet worden gehandeld, deze structuur ook moet worden opgezet en waarbij deze voor een langere duur moet worden ondersteund.
brengt voorstellen, plannen en activiteiten met elkaar in verband en kan daartoe–
na overleg – de afzonderlijke voorstellen, plannen en activiteiten aanpassen. Dit is een andere taak dan de regierol die een Maatschappelijk werker VTH in een individuele casus binnen Veilig Thuis heeft.
eigenstandige verantwoordelijkheid en ervaringsgraad” staat feitelijk in het takenpakket opgenomen, maar dan in andere bewoordingen. De rechtbank herkent deze elementen in de functiebeschrijving. De rechtbank ziet in het aangevoerde dan ook geen reden om te oordelen dat verweerder van onvolledige functiebeschrijvingen is uitgegaan.
- verklaart de beroepen tegen de besluiten van 18 juni 2018 niet-ontvankelijk;
- verklaart de beroepen tegen de besluiten van 28 en 30 april 2020 ongegrond.
Op grond van artikel 3:9, tweede lid, van de ARG wordt de toelage toegekend voor een periode die van tevoren is vastgesteld, met een maximum van drie jaar.