ECLI:NL:RBDHA:2020:12567
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank onbevoegd voor vaststelling hoogte rechterlijke dwangsom na asielbeschikking
Eiser had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank had eerder verweerder opgedragen binnen vier weken te beslissen en een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding vastgesteld.
Verweerder heeft de aanvraag ingewilligd en een dwangsom van €1.500 toegekend, waarbij een periode vanwege coronamaatregelen niet werd meegerekend. Eiser betwistte de vaststelling van de hoogte van de dwangsom en stelde beroep in tegen deze vaststelling.
De rechtbank oordeelt dat zij niet bevoegd is om de hoogte en verschuldigdheid van de dwangsom vast te stellen, omdat dit geen bestuursrechtelijk besluit betreft maar een civielrechtelijke kwestie die voor de burgerlijke rechter is bestemd. De rechtbank wijst het beroep daarom af wegens onbevoegdheid.
Een eerder beroep op een uitspraak van dezelfde rechtbank waarbij wel een dwangsom werd vastgesteld, verandert hier niets omdat de rechtsgrondslag daarvan onduidelijk is. De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om de hoogte van de rechterlijke dwangsom vast te stellen en verwijst eiser naar de burgerlijke rechter.