Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, werd op 7 augustus 2020 een maatregel van bewaring opgelegd door verweerder op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat verweerder niet tijdig stukken had ingediend en dat onvoldoende gronden bestonden voor de bewaring, mede vanwege zijn status als Dublinclaimant en psychische klachten.
De rechtbank oordeelde dat de later ingediende stukken alsnog in het dossier mochten worden toegelaten omdat eiser hierdoor niet in zijn belangen werd geschaad. De gronden voor bewaring, waaronder het risico op onttrekking aan toezicht en het niet meewerken aan vaststelling identiteit, werden door eiser niet voldoende betwist. De rechtbank stelde dat eiser contact had moeten houden met autoriteiten en zich door het verlaten van de opvang aan toezicht had onttrokken.
Verweerder had de noodzaak van de bewaring voldoende gemotiveerd, ook rekening houdend met de coronamaatregelen en de psychische klachten van eiser. De rechtbank vond dat het belang van volksgezondheid zwaarder woog dan het belang van eiser om in vrijheid te wachten op overdracht. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.