ECLI:NL:RBDHA:2020:11732
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet-nakoming inlichtingenverplichting
Verzoeker heeft op 15 juli 2020 een bijstandsuitkering aangevraagd na vestiging in Nederland. Verweerder heeft om aanvullende gegevens gevraagd, waaronder bewijs van opheffing van buitenlandse bankrekeningen en vertalingen van documenten. Verzoeker heeft niet alle gevraagde stukken overgelegd, waarop verweerder de aanvraag buiten behandeling stelde en later afwees.
Verzoeker stelde dat de afwijzing in strijd was met het zorgvuldigheids-, motiverings- en evenredigheidsbeginsel, en dat hij in grote problemen zou komen door de afwijzing. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker de inlichtingenverplichting had geschonden omdat essentiële documenten ontbraken en dat verweerder voldoende onderzoek had gedaan en het besluit deugdelijk had gemotiveerd.
De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek om voorlopige voorziening ten aanzien van het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het verzoek ten aanzien van het tweede besluit af. Verzoeker kan in bezwaar alsnog de ontbrekende informatie aanleveren. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens niet-nakoming van de inlichtingenverplichting.