ECLI:NL:CRVB:2017:3465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onjuiste woonadresinformatie en schending inlichtingenplicht
Appellant diende een aanvraag in voor bijstand op grond van de Participatiewet, waarbij hij een woonadres en woonlasten opgegeven had. Na een interne fraudemelding verrichtte het college een onderzoek, inclusief een onaangekondigd huisbezoek, waaruit bleek dat appellant mogelijk niet op het opgegeven adres verbleef. Verder onderzoek toonde aan dat een andere persoon, [Y], zich op het adres had ingeschreven en verklaarde dat appellant niet meer woonde op het opgegeven adres.
Het college wees de aanvraag af wegens het verstrekken van onjuiste en onvolledige informatie over het woonadres en de leefsituatie van appellant. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel degelijk op het adres verbleef tot medio juni 2015 en dat hij de kamer met [Y] deelde volgens een afgesproken regeling. Tevens stelde hij dat zijn beperkte taalvaardigheid en psychische klachten zijn verklaringen tijdens het huisbezoek beïnvloedden.
De Raad oordeelde dat de verklaring van appellant niet overtuigend was en dat de bevindingen van het huisbezoek en verklaringen van [Y] zwaarder wegen. Ook werd het verzoek om een getuigenverhoor van [Y] afgewezen. De Raad verwierp het beroep en bevestigde het bestreden besluit. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onjuiste en onvolledige informatie over het woonadres.