ECLI:NL:RBDHA:2020:10707

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 september 2020
Publicatiedatum
26 oktober 2020
Zaaknummer
NL20.6686 en NL20.6691
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 VwVreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep na intrekking asielbesluiten en geen proceskostenveroordeling

Eisers hadden beroep ingesteld tegen besluiten van 13 maart 2020 waarin hun asielaanvragen niet in behandeling werden genomen omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn. Op 22 september 2020 trok de staatssecretaris deze besluiten in en gaf aan dat eisers alsnog in de nationale asielprocedure worden opgenomen.

Tijdens de zitting van 24 september 2020 werd vastgesteld dat eisers hun doel in beroep hebben bereikt en daardoor geen belang meer hebben bij inhoudelijke behandeling van hun beroepen. De rechtbank verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk.

Vervolgens werd beoordeeld of de staatssecretaris in de proceskosten veroordeeld moest worden. De staatssecretaris stelde dat hij eisers niet tegemoet was gekomen, omdat het uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 pas op 20 juni 2020 was aangevraagd, ruim na de bestreden besluiten. De rechtbank oordeelde dat dit klopt en dat er geen reden is voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak werd uitgesproken door rechter B.F.Th. de Roos en griffier N.A. D’Hoore. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Uitkomst: De beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummers: NL20.6686 en NL20.6691
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[naam] eiser, en

[naam], eiseres,
gezamenlijk te noemen: eisers,
mede voor hun minderjarige kinderen
[naam]en
[naam],
V-nummers: [V-nummer], [V-nummer], [V-nummer], [V-nummer] en
[V-nummer]
(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).

Procesverloop

Bij twee afzonderlijke besluiten van 13 maart 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Bondsrepubliek Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.
Op 22 september 2020 heeft verweerder bericht dat de bestreden besluiten zijn ingetrokken.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2020. Eisers en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Na afloop van de behandeling van de zaken ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Gelet op het bericht van 22 september 2020 en de ter zitting gegeven toelichting van verweerder staat vast dat de bestreden besluiten zijn ingetrokken en dat eisers alsnog zullen worden opgenomen in de nationale asielprocedure.
2. Daarmee hebben eisers bereikt wat zij in beroep wilden bereiken. Verweerder zal hun asielaanvragen immers alsnog inhoudelijk beoordelen. Eisers hebben daarom geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van hun beroepen. [1] De vraag of verweerder moet worden veroordeeld in de proceskosten levert evenmin procesbelang op. [2]
3. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk.
4. Vervolgens zal worden beoordeeld of verweerder in de proceskosten van eisers moet worden veroordeeld. Verweerder heeft de bestreden besluiten immers ingetrokken.
5. Verweerder vindt dat dit niet het geval is: verweerder is eisers niet tegemoetgekomen omdat sprake is van veranderde omstandigheden, gelegen in het feit dat eisers op 4 september 2020 uitstel van vertrek hebben gekregen op grond van artikel 64 van Pro de Vw. [3] Eisers zijn het daar niet mee eens omdat de jurisprudentie waarop verweerder zich beroept, betrekking heeft op het verstrijken van de overdrachtstermijn [4] en daarvan is in hun geval geen sprake. Zij vinden dat de gewijzigde omstandigheden zijn ontstaan door toedoen van verweerder.
6. Ter zitting is gebleken dat de aanvraag voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vw op 20 juni 2020 door verweerder is ontvangen. Dat is ruim drie maanden na de bestreden besluiten. Het uitstel van vertrek om medische redenen was ten tijde van de bestreden besluiten dus niet aan de orde. De rechtbank is om die reden van oordeel dat niet gesproken kan worden van het tegemoetkomen aan eisers, of het anderszins vervallen van het procesbelang door toedoen van verweerder. Voor dit oordeel wordt verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 9 september 2020. [5] Weliswaar was in die zaak sprake van het verstrijken van de overdrachtstermijn, maar ook daar was beslissend dat de gestelde omstandigheid zich na het bestreden besluit voordeed.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat dan ook geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 september 2020 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Zie ook de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), onder meer de uitspraak van 9 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2140.
2.Zo ook: Afdeling 26 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1423.
3.Vreemdelingenwet 2000.
4.Verweerder heeft aangehaald de Afdelingsuitspraken van Raad van State van 8 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1084 en 29 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1394.