ECLI:NL:RVS:2019:1394
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang na alsnog in behandeling nemen asielaanvraag
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van 15 januari 2019 om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Na het instellen van het hoger beroep heeft de staatssecretaris de asielaanvraag alsnog in behandeling genomen, omdat aan de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier op tijdelijke humanitaire gronden was verleend wegens aangifte mensenhandel. Hierdoor heeft de vreemdeling bereikt wat hij met zijn hoger beroep beoogde.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan belang bij inhoudelijke beoordeling. Ook de vraag over proceskostenvergoeding is onvoldoende aanleiding om inhoudelijk te oordelen. De staatssecretaris is niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding, omdat het alsnog in behandeling nemen van de aanvraag een gevolg is van veranderde omstandigheden en geen tegemoetkoming aan de vreemdeling inhoudt.
De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst de proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag alsnog in behandeling is genomen en er geen aanleiding is tot proceskostenvergoeding.