ECLI:NL:RBDHA:2019:9915
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.F. Smulders
- M.G.L. de Vette
- B. van Velzen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens niet voldoen aan mvv-vereiste en geen beschermenswaardig gezinsleven
Eiseres, een Turkse onderdaan, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd zonder machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder wees dit af omdat eiseres niet voldeed aan het mvv-vereiste en niet vrijgesteld kon worden op grond van het afgeschafte ouderenbeleid of artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank beoordeelde of eiseres rechten kon ontlenen aan het ouderenbeleid en de standstill-bepaling van Besluit 1/80. Gelet op jurisprudentie van het HvJ EU en de Afdeling bestuursrechtspraak werd vastgesteld dat eiseres als rechtstreekse bloedverwant in opgaande lijn slechts rechten kan ontlenen indien zij ten laste was van referente. De medische en financiële onderbouwing van eiseres was onvoldoende om aan te tonen dat zij niet in haar basisbehoeften in Turkije kon voorzien of dat zij financieel afhankelijk was van referente.
Verder oordeelde de rechtbank dat er geen sprake was van een beschermenswaardig gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro, omdat eiseres geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid en emotionele binding met referente aannemelijk had gemaakt. Ook de zorg die eiseres ontving van anderen in Turkije en het ontbreken van bewijs dat alleen referente haar kon verzorgen, speelden hierbij een rol.
De rechtbank verwierp ook het betoog dat verweerder een motiveringsgebrek had begaan door niet in te gaan op de band met de kleindochter. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en haar aanvraag verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en ontbreken van beschermenswaardig gezinsleven.