ECLI:NL:RBDHA:2019:9540
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen overdracht asielzoeker aan Italië op grond van Dublinverordening
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker en slachtoffer van mensenhandel, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland. Verweerder nam het verzoek niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk is voor de asielprocedure volgens de Dublinverordening. Eiser betoogde dat Italië niet voldoet aan internationale opvangnormen en dat hij als kwetsbaar persoon geen adequate hulp zou ontvangen, verwijzend naar het AIDA-rapport en eerdere jurisprudentie.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië blijft gelden, ondanks tekortkomingen in de opvang. Het AIDA-rapport en andere stukken boden onvoldoende bewijs dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De enkele stelling dat eiser slachtoffer is van mensenhandel was onvoldoende om hem als kwetsbaar te beschouwen in de zin van het arrest Jawo.
Verder werd geoordeeld dat de schriftelijke aangifte van mensenhandel van eiser niet als een aanvraag voor een verblijfsvergunning kan worden aangemerkt en dat verweerder niet verplicht is de procedure op te schorten. De rechtbank wees het beroep ongegrond en gaf geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Italië wordt bevestigd.