ECLI:NL:RBDHA:2019:9346
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens niet-tijdige indiening bewijsstukken en vaste gedragslijn
Eiser, met de Sri Lankaanse nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen ingediend waarvan eerdere aanvragen zijn afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard. Bij de derde aanvraag in januari 2019 overhandigde eiser enkele documenten die door Bureau Documenten werden onderzocht. Een later ontvangen verklaring van de Justice of the Peace werd pas tijdens het gehoor in juni 2019 ingebracht en niet onderzocht door Bureau Documenten, omdat verweerder deze te laat vond.
Verweerder hanteert een vaste gedragslijn dat nieuwe stukken bij de aanvraag moeten worden ingediend, met een mogelijkheid om binnen een week na een voornemen tot buiten behandeling stellen aanvullende stukken in te dienen. De rechtbank oordeelt dat deze gedragslijn redelijk is en dat verweerder hieraan heeft vastgehouden. Eiser heeft geen verschoonbare reden gegeven voor het late indienen van de verklaring.
Eiser voerde aan dat verweerder het gelijkheidsbeginsel schond en zijn onderzoeksplicht en zorgvuldigheidsbeginsel niet nakwam. De rechtbank stelt echter vast dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom in deze zaak niet is afgeweken van de gedragslijn en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat bijzondere omstandigheden zoals een risico op refoulement aanwezig zijn.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond is afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.