ECLI:NL:RBDHA:2019:7399
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens te late indiening en onvoldoende bewijs duurzame relatie
Eiseres, een Ghanees staatsburger, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar partner te verblijven. De aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat niet was voldaan aan het inburgeringsvereiste en er onvoldoende bewijs was voor een duurzame en exclusieve relatie.
Eiseres en haar partner voerden aan dat verweerder ten onrechte niet nader onderzoek had verricht naar hun relatie en dat zij inmiddels in Ghana waren getrouwd. Tevens werd betoogd dat het beperken van de geldigheidsduur van het inburgeringsexamen in strijd was met het evenredigheidsbeginsel en het nuttig effect van de Gezinsherenigingsrichtlijn.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag een maand te laat was ingediend, wat voor risico van eiseres kwam. Er was geen sprake van een situatie waarin gezinshereniging onmogelijk of uiterst moeilijk werd gemaakt door het opnieuw moeten afleggen van het inburgeringsexamen. De rechtbank zag geen reden om het beroep gegrond te verklaren en wees het af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege te late indiening en onvoldoende bewijs van een duurzame relatie.