Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres 1] , geboren op [geboortedag] 1987, eiseres (1),
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 8 november 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
Overwegingen
Integration of Refugees in Greece, Hungary and Italy: Comparative analysis' van het Europees Parlement van 20 december 2017;
Two years after: What's left of Refugee Protection in Hungary' van september 2017 (pagina 9); en
Stop Soros-wetten” is aangenomen, laatstelijk in juni 2018, en vanwege de volledige stopzetting van de financiering van het Asiel, Migratie en Integratiefonds (AMIF) die per 1 januari 2019 werd aangekondigd. Los van het niet nakomen van de internationale verplichtingen is in Hongarije sprake van een door de autoriteiten aangewakkerde xenofobie, aldus eisers. In hun geval, zo benadrukken eisers, wordt de onmenselijke behandeling veroorzaakt door het niet nakomen van een aantal verplichtingen uit de Kwalificatierichtlijn, zoals het niet faciliteren van huisvestiging, het onthouden van iedere vorm van integratie en het in de praktijk niet kunnen krijgen van sociale voorzieningen waardoor zij in Hongarije op straat zouden moeten leven. Naar de mening van eisers is de situatie voor statushouders in Hongarije dermate slecht dat in ieder geval niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel in verband met de belangen van het kind. Eisers menen dat zij kwetsbare personen zijn in de zin van het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Tarakhel tegen Zwitserland van 4 november 2014 (ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712). Daarom moeten voor terugkeer naar Hongarije eerst concrete individuele garanties van de Hongaarse autoriteiten worden verkregen met betrekking tot hun huisvesting, sociale voorzieningen, toegang tot medische voorzieningen en toegang tot integratie. Armoede en dakloosheid verhouden zich naar de mening van eisers niet met de rechten van het kind en zijn strijdig met het Internationaal Verdrag tot bescherming van de rechten van het Kind (IVRK), in het bijzonder artikel 24 (gezondheid en gezondheidszorg), artikel 26, eerste lid (sociale voorzieningen) en artikel 27, eerste en derde lid (toereikende levensstandaard).
Stop Soros-wetten”. Eisers stellen eveneens dat in Hongarije geen sprake is van onafhankelijke rechtspraak. Zo blijkt uit voormelde resolutie van 12 september 2018 dat in 2015 9% van de beroepen met betrekking tot asielverzoeken positief waren, in 2016 1% en dat in 2017 er geen beroepsprocedures waren. Ook blijkt uit deze resolutie dat de Hongaarse immigratieautoriteiten half augustus 2018 zijn gestopt met het verstrekken van voedsel aan volwassen asielzoekers die bij de rechter in beroep gingen tegen afwijzingsbesluiten en dat diverse asielzoekers zich tot het EHRM moesten wenden met een verzoek om tijdelijke maatregelen teneinde weer maaltijden te ontvangen. Van eisers, een alleenstaande moeder en twee minderjarige kinderen, kan niet worden verwacht dat zij zonder huisvesting, zonder uitkering en zonder Hongaars te spreken de hulp inroepen van de (hogere) Hongaarse autoriteiten. Tot slot wijzen eisers op de prejudiciële vragen die door Duitsland op 28 augustus 2017 in de zaak Milkiyas Addis en op 15 september 2017 in de zaken Adel Hamed en Omar aan het HvJ-EU zijn gesteld. In het bestreden besluit heeft verweerder volgens eisers nagelaten om aan te geven wat de consequenties zijn indien Hongarije bewust de verplichtingen uit de Kwalificatierichtlijn niet nakomt.
official indifference in a situation of serious deprivation or want incompatible with human dignity”, alsnog sprake is van schending van artikel 3 van Pro het EVRM.
kwetsbare personen" worden beschouwd in de zin van de rechtspraak van het EHRM in de zaken Popov tegen Frankrijk van 19 januari 2012 (ECLI:CE:ECHR:2012:0119JUD003947207) en Tarakhel.
de juridische positievan statushouders in Hongarije in overeenstemming met hoofdstuk VII van de Kwalificatierichtlijn.
de juridische situatie) en de daadwerkelijke situatie (
de feitelijke situatie). De rechtbank volgt eisers hierin. Daartoe overweegt de rechtbank dat uit de door verweerder overgelegde informatie blijkt dat voor wat betreft de
toegang tot onderwijsbijna geen enkele school voorbereid is om de gespecialiseerde zorg en ondersteuning te bieden die minderjarige statushouders nodig hebben en dat de groeiende xenofobie het voor scholen moeilijker maakt om minderjarige statushouders toe te laten uit angst voor negatieve reacties en vijandigheid van Hongaarse ouders. Minderjarige statushouders worden vaak geplaatst in speciale voorbereidende klassen, zodat integratie met Hongaarse kinderen beperkt blijft. Zodra hun Hongaarse taalniveau voldoende is, kunnen zij wel overstappen naar de normale klassen met Hongaarse kinderen.
Ook blijkt uit deze informatie dat bij de
toegang tot gezondheidszorgin de praktijk barrières bestaan waar statushouders mee te maken krijgen door taalproblemen, het gebrek aan tolken, administratieve problemen en het gebrek aan bewustzijn van de wet. Voorts is het problematisch en duurt het erg lang om als statushouder in het bezit te worden gesteld van een “health insurance card”. Hierdoor ondervinden statushouders extreme moeilijkheden bij het verkrijgen van toegang tot de gezondheidszorg in Hongarije, zoals ook blijkt uit de bijdrage door de United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR) aan het Verenigde Naties (VN) comité voor de mensenrechten in mei 2016 die eisers hebben overgelegd. Weliswaar bestaat de mogelijkheid om via de lokale overheid gratis medische zorg aan te vragen gedurende één jaar als een persoon over onvoldoende middelen van bestaan beschikt en bestaat tevens voor statushouders de mogelijkheid een contract tekenen bij het nationaal ziekenfonds, maar hiervoor moeten zij wel een permanent geregistreerd adres opgeven waar zij ten minste één jaar hebben verbleven. Aan deze eis kunnen statushouders in ieder geval in het eerste jaar van hun verblijf niet voldoen.
Verder blijkt uit voornoemde informatie dat er bij de
toegang tot huisvestingvoor statushouders in de praktijk extreme moeilijkheden zijn voor statushouders die uit opvangcentra komen en integreren in lokale gemeenschappen. Zo is er een algemeen gebrek aan sociale huisvesting in Hongarije, wat eveneens invloed heeft op statushouders. Door het gebrek van appartementen op de woningmarkt zijn de huurprijzen te hoog om betaalbaar te zijn voor recente statushouders. Ook is een adreskaart voor statushouders zeer moeilijk te verkrijgen en dient bij de mogelijkheid voor het verkrijgen van woonruimte rekening gehouden te worden met de zeer beperkte uitkering die eiseres (1) in Hongarije zou kunnen verkrijgen. Naast deze moeilijkheden geven verhuurders er de voorkeur aan hun appartementen aan Hongaarse burgers te verhuren. Gratis accommodatie voor statushouders wordt uitsluitend verstrekt door maatschappelijke organisaties en kerken. Verder zijn er verschillende vormen van gemeentelijke bijstand die enkel aan personen wordt verstrekt die al een aantal jaren in de betreffende gemeente zijn gevestigd.
Tot slot maakt de rechtbank uit informatie van het Directorate-General for Employment, Social Affairs and Inclusion, 2018 op dat de maximale uitkering die eiseres (1) als verzorger van een kind kan ontvangen HUF 48,795 (ongeveer € 155,00 euro) per maand is, dat de employment substituting benefit HUF 22,800 (ongeveer € 72,00 euro) per maand bedraagt en dat er voor statushouders problemen zijn voor wat betreft de
toegang tot deze sociale voorzieningen.Blijkens voornoemde informatie komen deze problemen vooral voort uit een algemene traagheid van het administratiesysteem en uit de algemene taalbarrières als gevolg van het ontbreken van tolkdiensten voor statushouders.
Stop Soros-wetten”. Weliswaar zien deze wetten vooral op asielzoekers, maar de invoering van deze wetten heeft ook directe gevolgen voor statushouders. Zo maakt de rechtbank uit de door eisers overgelegde print van de website van de Central European University (CEU) van 28 augustus 2018 op dat de CEU als gevolg van voornoemde Hongaarse wetgeving was gedwongen het OLIve (Open Learning Initiative) programma te staken voor zowel asielzoekers als voor statushouders. Daarnaast maakt de rechtbank uit het door eisers aangehaalde rapport '
Integration of Refugees in Greece, Hungary and Italy: Comparative analysis' van het Europees Parlement van 20 december 2017 op dat de stopzetting van de financiering door de AMIF zou kunnen betekenen dat 75% van de financiering wegvalt, waardoor aannemelijk is dat de integratie van statushouders in verregaande mate zal worden bemoeilijkt.
serious deprivation or want incompatible with human dignity”die strijdig is met artikel 3 van Pro het EVRM en artikel 4 van Pro het Handvest. Nu verweerder zulks heeft nagelaten bij het bestreden besluit, wordt het beroep gegrond verklaard, is er geen reden de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten, zal het bestreden besluit worden vernietigd en zal verweerder worden opgedragen opnieuw te beslissen op de aanvraag van eisers met inachtneming van deze uitspraak.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van eisers met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.024,00.