ECLI:NL:RBDHA:2019:5969
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke vernietiging Dublin-overdracht zwangere vrouw wegens onvoldoende motivering opvangsituatie Italië
Eisers, een zwangere vrouw en haar partner van Nigeriaanse nationaliteit, vroegen om asiel in Nederland. Verweerder besloot de aanvragen niet in behandeling te nemen en verwees naar Italië als verantwoordelijke lidstaat op grond van de Dublinverordening. Eisers voerden aan dat overdracht aan Italië, gezien de zwangerschap en kwetsbaarheid van eiseres, zou leiden tot een situatie strijdig met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank overwoog dat de situatie van eiseres, zes maanden zwanger tijdens de zitting, gelijkgesteld moet worden aan die van een gezin met een minderjarig kind. Hoewel Italië garanties gaf over opvanglocaties, waren deze onvoldoende concreet en ontbrak het aan individuele garanties dat eisers in een geschikte opvanglocatie terechtkomen waar het gezin bijeen blijft.
De rechtbank stelde vast dat de huidige opvanglocaties in Italië niet vergelijkbaar zijn met de voorheen gebruikte SPRAR/SIPROIMI-locaties, en dat de kwaliteit en geschiktheid van alternatieve opvangcentra onvoldoende zijn onderbouwd. Verweerder had nader onderzoek moeten doen of concrete garanties moeten vragen. De bestreden besluiten zijn daarom vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Verweerder moet binnen zes weken nieuwe besluiten nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de Dublin-overdrachtsbesluiten wegens onvoldoende motivering en onvoldoende garanties over de opvang van de zwangere vrouw en haar partner in Italië.