Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de akte overlegging producties van Hennessy c.s., met producties EP1 tot en met EP82;
- de conclusie van antwoord van Pure Handling van 5 december 2018 in de incidenten tot het treffen van voorlopige voorzieningen (223 Rv) en tot inzage (843a Rv), tevens conclusie van antwoord in de hoofdzaak, tevens incidentele conclusie strekkende tot oproeping in vrijwaring, tevens eis in reconventie in de hoofdzaak, tevens houdende incidentele conclusie tot verstrekking van afschrift van bescheiden (843a Rv), met voorwaardelijk pleidooiverzoek en met productie 1;
- de conclusie van antwoord van Hennessy c.s. van 16 januari 2019 in het door Pure Handling opgeworpen incident strekkende tot (i) oproeping in vrijwaring, (ii) verstrekking van afschrift van bescheiden ex art. 843a Rv en met (iii) voorwaardelijk pleidooiverzoek, met producties EP89 t/m EP94;
- de rolbeslissing van 13 maart 2019 waarbij pleidooi in het door Pure Handling opgeworpen vrijwaringsincident is bepaald op 9 april 2019;
- het faxbericht van Hennessy c.s. van 5 april 2019 met een aanvullend proceskosten-overzicht;
- het faxbericht van Pure Handling van 8 april 2019 (om 10:27 uur) met een proceskosten-overzicht;
- de tijdens de pleidooizitting van 9 april 2019 door beide partijen gehanteerde pleitaantekeningen, met dien verstande dat randnummers 4.26 en 4.27 van de pleitnota van mr. Putter zijn doorgehaald omdat deze niet zijn gepleit.