ECLI:NL:RBDHA:2019:3148
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse vreemdeling op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De rechtbank Den Haag heeft op 28 maart 2019 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin een Nigeriaanse asielzoeker beroep instelde tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit was gebaseerd op artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, waarbij Italië als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing kon zijn vanwege structurele tekortkomingen in de Italiaanse opvang en asielprocedure, waardoor hij een reëel risico zou lopen op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest. Hij stelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had verricht en dat nieuwe feiten en rapporten dit risico onderbouwen.
De rechtbank overwoog dat de meeste ingebrachte informatie reeds door de Afdeling bestuursrechtspraak was meegewogen in recente uitspraken, die het vertrouwensbeginsel bevestigen. Nieuwe informatie bracht geen wezenlijk ander beeld. De rechtbank concludeerde dat er geen sterke aanwijzingen zijn voor systemische tekortkomingen die het vertrouwensbeginsel ondermijnen en dat verweerder niet tekort is geschoten in zijn onderzoeksplicht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is.