ECLI:NL:RBDHA:2019:3104
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid wegens prioriteitgenietend aanbod arbeidsmarkt
Eiser, een Turkse brood- en banketbakker, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA). De aanvraag werd door verweerder afgewezen op basis van een negatief advies van het UWV, dat stelde dat er voldoende prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt aanwezig was.
Eiser voerde aan dat er onvoldoende geschikte kandidaten waren en dat de vacature correct was gemeld en voldoende was geadverteerd. Tevens stelde hij dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn voorstel voor een GVVA van twaalf maanden en dat het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat het UWV-advies als deskundigenadvies zorgvuldig en inzichtelijk was tot stand gekomen en dat er geen concrete aanknopingspunten waren om dit te betwijfelen. Het UWV had vastgesteld dat er kandidaten waren die voldeden aan de functie-eisen en dat de wervingsinspanningen van de referent onvoldoende waren om aan te tonen dat de vacature niet met prioriteitgenietend aanbod kon worden vervuld.
Daarom was de afwijzing op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a en c van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een gecombineerde vergunning verblijf en arbeid wordt ongegrond verklaard.