ECLI:NL:RBDHA:2019:2167
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid seksuele gerichtheid
Eiseres, een Zambiaanse vrouw, diende een opvolgende asielaanvraag in met als grond haar lesbische geaardheid. De staatssecretaris wees deze aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van haar verklaringen over haar seksuele gerichtheid, mede gebaseerd op eerdere ongeloofwaardige verklaringen in een eerdere procedure.
De rechtbank beoordeelde het beroep na terugverwijzing door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank nam het beoordelingskader van de Werkinstructie 2018/9 in acht, waarbij persoonlijke verklaringen over bewustwording en zelfacceptatie centraal staan. Eiseres overhandigde diverse ondersteunende documenten, waaronder een huwelijksakte en verklaringen van derden.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk lesbisch is. Haar verklaringen werden als vaag, inconsistent en tegenstrijdig beoordeeld, onder meer vanwege tegenstrijdigheden over haar openheid en ervaringen in haar jeugd. De verklaringen van derden en documenten konden dit niet compenseren.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris de aanvraag terecht had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid.