ECLI:NL:RBDHA:2019:1702
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing afwaardering lening en bevestiging verzuimboetes in vennootschapsbelasting
Eiseres heeft een lening aan een gelieerde vennootschap afgewaardeerd en wilde deze afwaardering in aanmerking laten nemen bij de vaststelling van de vennootschapsbelasting voor de jaren 2012/2013 en 2013/2014. Verweerder stelde dat sprake was van een onzakelijke lening en dat eiseres niet tijdig aangifte had gedaan, waardoor verzuimboetes terecht waren opgelegd.
De rechtbank stelde vast dat eiseres de vereiste aangifte niet binnen de gestelde termijn had gedaan, waardoor de bewijslast om aan te tonen dat sprake was van een zakelijke lening bij haar lag. Eiseres slaagde er niet in dit overtuigend aan te tonen. De lening werd daarom als onzakelijk beoordeeld en de afwaardering werd buiten aanmerking gelaten bij de belastingaanslag.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de aanmaningen tot het doen van aangifte tijdig waren verzonden, waardoor de opgelegde verzuimboetes terecht waren. Het beroep tegen de aanslag 2012/2013 werd gegrond verklaard vanwege een onterechte rente-imputatie, terwijl het beroep tegen de aanslag 2013/2014 werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Afwaardering lening wordt niet erkend, verzuimboetes bevestigd, aanslag 2012/2013 verminderd wegens onterechte rente-imputatie.