ECLI:NL:RBDHA:2019:14143
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Iraanse vrouw wegens ongeloofwaardige bekering tot het Christendom
Eiseres, een Iraanse vrouw, vroeg asiel aan op grond van vervolging vanwege haar bekering tot het Christendom. De staatssecretaris wees haar aanvraag af omdat hij haar bekering en de daaruit voortvloeiende vrees voor vervolging niet geloofwaardig achtte.
De rechtbank onderzocht onder meer de kwetsbaarheid van eiseres, die zwakbegaafd is en psychische problemen heeft, en stelde vast dat de staatssecretaris zorgvuldig te werk is gegaan bij het horen van eiseres. Ondanks haar beperkingen kon zij haar verhaal naar behoren doen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiseres over haar bekering tegenstrijdig, vaag en summier waren en onvoldoende blijk gaven van een diepgewortelde innerlijke overtuiging. Ook haar bewijsstukken van kerkelijke betrokkenheid konden dit niet compenseren.
Verder achtte de rechtbank de vrees voor de Iraanse autoriteiten niet aannemelijk, mede omdat de bekering zelf niet geloofwaardig werd geacht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende aannemelijke vrees voor vervolging.