Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
(feit 1 primair)dan wel het samen met een ander gebruik maken van valse verantwoordingsformulieren, werkbriefjes en administratie in de periode van 1 juli 2010 tot en met 29 december 2014
(feit 1 subsidiair);
(feit 2);
(feit 3);
3.Bewijsoverwegingen
Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat op grond hiervan niet buiten redelijke twijfel vastgesteld kan worden dat de facturen van [bedrijf 2] vals zijn.
[Zorgbureau]valselijk en in strijd met de waarheid:
ndie geschriften echt en onvervalst - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - bestaande dat gebruik maken (telkens) hierin dat voornoemde geschriften zijn verstuurd naar het [bedrijf 3] , bestaande de valsheid hierin dat:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
18 (achttien) maanden;