Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
30 april 2014te Maasdijk en/of Poeldijk (gemeente Westland), in elk geval in Nederland, anders dan als ambtenaar, immers (als commercieel verkoopmedewerker) werkzaam zijnde in (loon)dienstbetrekking bij [bedrijf E] ., naar aanleiding van hetgeen hij, verdachte, in zijn dienstbetrekking heeft gedaan of nagelaten dan wel zou doen of nalaten, een gift, te weten telkens de betaling van één geldbedrag, te weten
vijftienmaal 60.500 euro, in totaal
907.5euro, (door tussenkomst van zijn, verdachtes, bedrijf, te weten [bedrijf C] heeft aangenomen en/of heeft gevraagd en dit aannemen en/of vragen in strijd met de goede trouw heeft verzwegen tegenover zijn werkgever;
14000006 en 14000007), elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen,
februari2013 tot en met
10 februari2015 te Maasland (gemeente Midden-Delfland) en/of Poeldijk (gemeente Westland), in elk geval in Nederland, meermalen,
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
3 (drie) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:
120 (honderdtwintig) dagen;
benadeelde partij niet-ontvankelijkis in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;