ECLI:NL:RBDHA:2018:7090
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering en nieuw asielmotief
Eiser, van Iraanse nationaliteit, vroeg asiel aan op grond van zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende vervolging. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn bekering oprecht was. Verweerder stelde dat de verklaringen van eiser inconsistent en ongeloofwaardig waren, onder meer vanwege het ontbreken van medische onderbouwing van een zuuraanval en onduidelijkheden over zijn geloofsproces.
De rechtbank concludeerde dat verweerder zijn standpunt uitvoerig en gemotiveerd had onderbouwd en dat eiser niet overtuigend had toegelicht waarom hij zich van de islam had afgekeerd en het christendom had omarmd. Eisers doop en bijbelstudie in Nederland konden dit niet compenseren. Daarnaast werd een nieuw asielmotief over homoseksualiteit aangevoerd, dat niet in de oorspronkelijke procedure was ingebracht en daarom niet kon worden beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat er rechtsgronden waren voor verlening van asiel en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering en een nieuw asielmotief.