ECLI:NL:RBDHA:2018:5834
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom
Eiser, een Iraanse nationaliteit bezittende vreemdeling, heeft een asielaanvraag ingediend op grond van zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende vervolgingsangst in Iran. Daarnaast stelde hij bedreigingen te hebben ondervonden van zijn voormalige schoonfamilie. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van de bekering en onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn bekering oprecht is. De verklaringen van eiser waren vaag, summier en inconsistent, en het overgelegde rapport van stichting Gave bood geen voldoende ondersteuning. Ook het beroep op afvalligheid werd verworpen omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn afvalligheid losstaat van zijn bekering.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij bij terugkeer te vrezen heeft voor een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. De aanvraag voor een ambtshalve verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro werd eveneens afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardige bekering en onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar.