Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 april 2018 in de zaak tussen
[B.V. 1], gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats], verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Geschil7. In geschil is of verweerder de afwaardering van de vorderingen op [B.V. 4] en [B.V. 8] en de daarover berekende doch niet ontvangen rente bij de winstbepaling terecht niet in aanmerking heeft genomen. Daarbij is meer specifiek in geschil is of en, zo ja, in hoeverre sprake is van een geldverstrekking aan [B.V. 4]. Zo dit laatste het geval is, is in geschil of de lening die aan de vordering ten grondslag ligt, onzakelijk is, hetgeen verweerder stelt en eiseres weerspreekt. Dit laatste is ook in geschil aangaande de vorderingen van eiseres op [B.V. 8].
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de belastingaanslag tot een, berekend naar een belastbaar
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 250;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.002;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 333 aan eiseres te vergoeden.