ECLI:NL:RBDHA:2018:4951
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingheffing arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in box 1
Eiser, sinds 2001 arbeidsongeschikt, ontving uitkeringen van het UWV en De Amersfoortse over de jaren 2012 tot en met 2014. Verweerder stelde deze uitkeringen terecht als belastbaar inkomen uit werk en woning vast. Eiser betwistte dit en voerde tevens een schending van de hoorplicht aan.
De rechtbank overwoog dat op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 uitkeringen op grond van publiekrechtelijke regelingen en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen tot het belastbare inkomen uit werk en woning behoren. Verweerder leverde voldoende bewijs dat de uitkeringen van het UWV en De Amersfoortse hieronder vielen. Eiser bracht geen aannemelijk bewijs dat het om vrijgestelde letselschade-uitkeringen ging.
Ten aanzien van de hoorplicht stelde de rechtbank vast dat geen hoorgesprek had plaatsgevonden, maar dat eiser niet benadeeld was omdat het geschil uitsluitend de juridische kwalificatie betrof en eiser voldoende gelegenheid had zijn standpunten toe te lichten. Daarom ging de rechtbank met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro aan het gebrek voorbij.
De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter E.E. Schotte op 5 april 2018.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen belast zijn in box 1 en verklaart het beroep ongegrond.