Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[nummer 6] , [nummer 7] , [nummer 8] , [nummer 9] , [nummer 10]
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1] , eiseres 1,
mede namens haar minderjarige kinderen
Rechtbank Den Haag
Eisers, allen burgers van Oekraïne en behorend tot de Roma-bevolkingsgroep, dienden asielaanvragen in wegens bedreigingen en een moord in hun familie. Verweerder wees deze aanvragen op 6 november 2018 af als kennelijk ongegrond, omdat Oekraïne als veilig land van herkomst is aangewezen en eisers onvoldoende aannemelijk maakten dat zij persoonlijk onveilig zijn.
Eisers voerden aan dat verweerder onvoldoende op hun zienswijzen was ingegaan, met name met betrekking tot een eerdere uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch die kritiek had op de herbeoordeling van Oekraïne als veilig land voor Roma. Verweerder verwees naar diverse rapporten en eerdere rechtspraak die bevestigen dat Oekraïne ook voor Roma als veilig land geldt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de situatie in Oekraïne voldoende had herbeoordeeld en dat de aangeleverde informatie geen aanwijzingen gaf voor systematische vervolging of onveiligheid voor Roma. Eisers slaagden er niet in om hun persoonlijke onveiligheid aannemelijk te maken, mede omdat hun verklaringen vaag waren en niet met documenten werden onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de asielaanvragen terecht was en verklaarde de beroepen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen wegens onvoldoende aannemelijkheid van persoonlijke onveiligheid in Oekraïne.