ECLI:NL:RBDHA:2018:12001
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning medische behandeling wegens niet betalen leges
Eiser verzocht op 26 mei 2017 om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel medische behandeling. Verweerder stelde eiser in de gelegenheid de leges te betalen, maar deze zijn niet voldaan. Daarom werd de aanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 24, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser stelde dat de leges onevenredig hoog zijn en dat verweerder ten onrechte niet heeft beoordeeld of hij in aanmerking kwam voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vw. De rechtbank oordeelde dat het evenredigheidsbeginsel niet van toepassing is omdat er geen Unierechtelijke aanknopingspunten zijn en dat verweerder terecht de leges als kostendekkend heeft vastgesteld.
Verder overwoog de rechtbank dat verweerder verplicht is de aanvraag niet in behandeling te nemen als de leges niet zijn betaald en dat er geen vrijstelling van leges geldt voor medische behandeling aanvragen. Ook is verweerder niet gehouden ambtshalve te toetsen op uitstel van vertrek, zeker omdat eiser dit verzoek pas in bezwaar heeft gedaan.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag wegens niet betalen van leges wordt ongegrond verklaard.