ECLI:NL:RVS:2017:2437
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-behandeling aanvraag verblijfsvergunning en opdracht tot beslissing verlenging uitstel vertrek
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel medische behandeling, en verzocht subsidiair om verlenging van het verleende uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris nam de aanvraag niet in behandeling omdat de leges niet waren betaald en wees het bezwaar hiertegen af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat de staatssecretaris onterecht het verzoek om verlenging van het uitstel van vertrek niet als een zelfstandige aanvraag had aangemerkt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat dit verzoek wel degelijk als aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht had moeten worden beschouwd, ook al was het subsidiair en onderdeel van de toelichting bij de verblijfsaanvraag.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris voor zover deze niet had beslist op het verzoek om verlenging van het uitstel van vertrek. De staatssecretaris werd opgedragen binnen zes weken alsnog te beslissen op dit verzoek. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen zes weken alsnog te beslissen op het verzoek om verlenging van het uitstel van vertrek.