ECLI:NL:RBDHA:2018:10624
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Iraakse soenniet wegens ongeloofwaardigheid en vestigingsalternatief
Eiser, een Iraakse soenniet, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde bedreigd te zijn door de Al Badr militie na een zakelijk conflict en de moord op zijn broer, en dat hij in Koerdistan was gearresteerd en gevangen gehouden. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van deze verklaringen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen over het conflict, de bedreigingen, de moord en de detentie in Koerdistan niet geloofwaardig waren. Eiser kon geen concrete details geven over de gebeurtenissen, en zijn relaas bevatte tegenstrijdigheden en ongerijmdheden. Ook werd het vestigingsalternatief in Bagdad niet onaanvaardbaar geacht, mede omdat soennieten daar niet systematisch worden blootgesteld aan onmenselijke behandeling.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldoet aan de criteria voor vluchtelingenstatus en ook geen reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid en het bestaan van een vestigingsalternatief.