Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juli 2017 in de zaak tussen
[eisers]
Procesverloop
Overwegingen
:“Overwogen wordt dat in de wet- en regelgeving staat dat de termijn van 3 maanden aanvangt op het moment van verlenen van de asielvergunning aan de hoofdpersoon en dus niet op het moment dat de aanvraag om nareis wordt ingediend. Daarom zal in geval van een prematuur ingediende nareisaanvraag moeten worden gekeken naar de leeftijd die de referent had op het moment van datum asielbeschikking.”Op de zitting heeft de gemachtigde van de staatssecretaris dit als volgt toegelicht. Omdat de mvv-aanvraag die referent deed, in wezen prematuur was (want ingediend voordat hem een asielvergunning was uitgereikt), is als peildatum genomen de datum van de bekendmaking (uitreiking) van de asielvergunning. Op die datum was referent meerderjarig. De staatssecretaris overweegt verder in het bestreden besluit dat nu referent meerderjarig is, hij niet meer kan worden gezien als alleenstaande minderjarige in de zin van de Gezinsherenigingsrichtlijn [3] en in de zin van artikel 29, tweede lid en onder c van de Vw 2000, zodat zijn ouders niet in aanmerking komen voor verlening van een mvv nareis.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de staatssecretaris op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen;