ECLI:NL:RBDHA:2017:7703
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis pleegkinderen wegens ontbreken feitelijke gezinsband
Eisers, Eritrese neven en pleegkinderen van een referent die een verblijfsvergunning asiel heeft, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan in het kader van nareis. Verweerder wees deze aanvragen af omdat de feitelijke gezinsband niet was aangetoond. Eisers stelden dat zij pleegkinderen waren en verwezen naar documenten en verklaringen, maar verweerder vond de bewijsvoering onvoldoende en wees ook tegenstrijdigheden in verklaringen aan.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag afwees omdat de feitelijke gezinsband niet aannemelijk was gemaakt. De door eisers overgelegde documenten konden de gezinsband niet bevestigen en de verklaringen waren deels tegenstrijdig. Ook de gehoorproblemen van eiser 1 leidden niet tot het buiten beschouwing laten van zijn verklaringen. De rechtbank vond geen schending van artikel 8 EVRM Pro of artikel 3 IVRK Pro en oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eisers werden vrijgesteld van griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter A.E. Dutrieux op 12 juli 2017. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wegens het ontbreken van een feitelijke gezinsband is ongegrond verklaard.