ECLI:NL:RVS:2014:923
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdelingen
De minister van Buitenlandse Zaken heeft bij besluiten van 27 juni 2011 de aanvragen van meerdere vreemdelingen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde in december 2012 de beroepen van de vreemdelingen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister ondeugdelijk heeft gemotiveerd dat de feitelijke gezinsband tussen de vreemdelingen en de referente ten tijde van haar vertrek uit Somalië was verbroken. De minister heeft terecht gesteld dat de vreemdelingen niet aannemelijk hebben gemaakt dat sprake was van een tijdelijke verbreking van de gezinsband door een noodsituatie. Ook is geoordeeld dat de minister zich in bezwaar wel degelijk op het standpunt heeft gesteld dat vreemdelingen 3 en 4 niet als pleegkinderen van de referente kunnen worden aangemerkt.
Verder faalt het betoog dat de identificerende gehoren onzorgvuldig zijn afgenomen en dat het horen in bezwaar had moeten plaatsvinden. Ook de andere aangevoerde bezwaren, waaronder schending van het IVRK en het Handvest van de grondrechten van de EU, worden verworpen. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.